Bertrik Hakvoort op zoek naar de eenling in oppervlakkig water

“Daar”, wijst fotograaf Betrik Hakvoort (42) op het oppervlak van een poel langs de Zwartendijk. Daar bloeit een individuele waterlelie – maar rechts staan een heleboel waterlelies in bloei. De fotograaf gaat voor de ene, losstaande waterplant. Waarom?

“Je focust je beter op één ding, dan op een heleboel.” Wie meeloopt met de Kamper fotograaf door het gebied rondom het Reevediep gaat dingen anders bekijken; niet het grote geheel, maar de details. “Het individu”, volgens Hakvoort. “Per slot van rekening zijn wij mensen ook allemaal individuen.” Negen jaar geleden, bij de geboorte van zijn tweede dochter, werd hij gegrepen door het fotovirus dat ‘m sindsdien niet meer heeft losgelaten. Vanwege de overeenkomsten én de verschillen tussen zijn camera en het menselijk oog. “Bijna alles wat je oog kan, kan een camera ook. Maar er zijn dingen die een oog niet kan maar een camera wel – en andersom. Dat maakt het zo mooi.”

Portretten, opmerkelijke gebouwen, natuur; zo’n beetje alles heeft hij inmiddels wel voor de lens gehad. Inmiddels geeft hij zelf cursussen, waarbij hij zijn cursisten graag laat zien wat hij ziet; de details. Zoals hier aan de Zwartendijk. “Veel mensen kijken over het water heen. Ik kijk er juist in.” Het leverde hem de naam op van z’n eigen fotoproject; oppervlakkig. “Het mooiste is om iets te zien dat eigenlijk net onder het wateroppervlak zit, dat er een takje bovenuit steekt of zo.” En net zo individueel als de onderwerpen op zijn foto’s zijn, zijn z’n foto’s zelf. Hij schiet de plaatjes niet bij tientallen. “Ik kan de hele middag op pad zijn, en dan terugkomen met zeventig tot honderd foto’s. Dat is helemaal niet zo veel, ik fotografeer eigenlijk een beetje op de manier waarop vroeger analoge fotografen hun werk deden; voorzichtig kiezend.” Helder water is daarbij uiteraard een voorwaarde, en dat lukt wel hier in de groene zoom rondom de bypass. “En dan ga ik ook nog het liefst erboven hangen, op een steiger of een bruggetje.”

Foto’s maken op de manier zoals hij dat het liefste wil is lastiger geworden in dit gebied, de afgelopen jaren. “Er is teveel”, blikt hij op de dijk waarop nu tal van zandauto’s hun werk doen. “Maar straks, als het werk erop zit en de dijken groen zijn, en er een fietser over die dijk gaat in z’n eentje… daar kijk ik wel naar uit, als het zo ver is.” Niet dat die drukke dijken hem nu nog uit het gebied houden; regelmatig speurt hij hier de kolkjes en watertjes af, op zoek naar ‘oppervlakkige’ foto’s. “Maar dan laat ik die werkzaamheden wel buiten beeld.” Als alles achter de rug is, wordt het landschap misschien weer wat rustiger en individueler. Nadeel is wel; de hoge waterstand zal dan achter de rug zijn. “De uiterwaarden tussen Zalk en de Zande kunnen altijd zo mooi volstromen”, lacht fotograaf Hakvoort. “Dat zal door de aanleg van het Reevediep wel minder worden, voor mij als fotograaf van water is dat wel een beetje jammer.”