Voormalig militair Daan Janse, nu vrijwillige rondleider langs het Reevediep

De domste vraag die ‘ie ooit kreeg tijdens een rondleiding rondom het Reevediep? Daar hoeft Daan Janse (61) uit IJsselmuiden niet lang over na te denken. “Of het nou wel echt nodig is.” Hij was in 1995 nog in dienst van de genietroepen bij de Landmacht toen hij in Kampen werd ingezet om het hoogwater te bestrijden, waar hij ter hoogte van het Molenstrand een dijk met zandzakken moest aanleggen.

“Wat me toen wel opviel; de afwachtende houding van veel bewoners van het gebied’’, weet hij nog uit die tijd. “Veel adviezen kregen we, hoe we het allemaal beter konden doen. Maar niemand hielp om die zandzakken neer te leggen.” Die afwachtende houding kent hij zelf in ieder geval niet; een jaar of vijf geleden werd hij als vrijwilliger al lid van de hoogwaterbrigade die wordt ingezet voor de beroemde klepkering in de Kamper binnenstad. Vanuit die functie meldde hij zich ruim een jaar geleden ook aan als rondleider door het projectgebied Reevediep van Ruimte voor de Rivier IJsseldelta. Na een grondige opleiding tot gids in het gebied ging hij in maart dit jaar aan de slag als vrijwillige rondleider. “Want ik ben er ondanks mijn Functioneel Leeftijds Ontslag bij Defensie niet een type voor om stil te gaan zitten.”

Tien rondleidingen
Een stuk of tien rondleidingen heeft hij er sinds de start van het project al op zitten, maar routine wordt het nooit. “Het gebied is iedere keer weer anders, er gebeurt natuurlijk van alles”, weet hij onderhand. “Ik word ook altijd goed bijgepraat, ik lees hier nou net dat de eerste delen van de brug bij de Nieuwendijk klaar zijn. Goed om te weten, gaan we straks even kijken.” En natuurlijk zijn de groepen iedere keer weer anders; deze nazomerse donderdagmiddag is het een groep ambtenaren van de gemeente Kampen, een andere keer is het een groep studenten of zelfs basisschoolleerlingen. “Daar moet je je presentatie ook op aanpassen, we houden eerst een inleiding hier in het HBS-gebouw aan het Engelenbergplantsoen en daarna gaan we het gebied in. Soms met een bus, vaak met de fiets.”

Oranje hesjes
Voorzien van fel-oranje hesjes leidt Janse de bezoekers in een tijdspanne van twee uur rond in het gebied, ondertussen verhalend over het werk dat hier wordt uitgevoerd. “Ik weet de feiten natuurlijk altijd wel, vooral kinderen willen graag getallen horen. Over hoeveel vrachtwagens er nou eigenlijk worden gebruikt.” Met zijn gezelschappen blijft hij altijd op de openbare gebieden, dus buiten de bouwhekken. “Je hoeft er ook helemaal niet in. Er zijn twee uitzichtpunten, daar rijd ik altijd naar toe met de mensen. Van daaruit af heb je een prachtig uitzicht over het hele terrein, dan zie je het werk maar ook de natuur op z’n best.” Het enthousiasme over het gebied en de werkzaamheden steekt Janse niet onder stoelen of banken. Je zou voor hem als rondleider bijna hopen dat het voor hem als rondleider voorlopig nog wel even voortduurt met dat werk in het Kamper buitengebied. “Nou, ik heb net gehoord dat er waarschijnlijk tot 2022 nog wel wordt gewerkt”, lacht Janse met het oog op die tijdspanne. “Dus ik kan voorlopig nog wel even vooruit met die rondleidingen, denk ik.”