Lekkere donkere honing uit nieuwe natuur

Drie volken met elk zo’n 50.000 bijen heeft imker Jan van den Belt (20) staan in het werkgebied van het Reevediep. Op een zelf getimmerde steiger, zodat hij samen met collega-bijenhouder Dries Vinke (69) regelmatig een kijkje kan komen nemen bij de harde werkers. Want werken, dat doen ze.

“Het afgelopen weekend heb ik zo’n 16 kilo eruit geslingerd”, vertelt Jan. “Een stuk of dertig, veertig potjes kan ik daar wel mee vullen.” En honing ‘slinger’ je uit de raten, zo leert een gesprek met twee imkers al snel. En oh ja; de bloei van een veld waarover de bijen zich uitspreiden heet een ‘dracht’ legt Dries Vinke uit. “Zeg maar de samenstelling van de bloemen en planten die in zo’n gebied staan. Die dracht proef je ook weer terug in de honing, en zie je terug in de kleur.” De dracht van het Reevediep is donker, weet Jan van den Belt. “Komt door de moerasplanten in het gebied.” Vorig jaar stonden zijn kasten nog op een andere plek in het werkgebied, maar dat bleek geen succes. “Geen honing, niks.”

Nu staan de drie bijenkasten vlakbij de Koerskolk waar de dracht blijkbaar een stuk beter is gezien de eerste opbrengst. Nu de eerste honing uit de kasten is geslingerd, is het weer wachten tot het bijenvolk nieuwe honing heeft aangemaakt. Dat zal wel tot in de zomer duren, is de verwachting van beide imkers. Rijk worden van honing? Daar lachen de beide bijenliefhebbers om. “Dat kan niet in Nederland, het is echt een hobby”, weet imker Dries Vinke die zelf wel een stuk of veertig bijenkasten in de wijde regio heeft staan. Hij is toch al weer zo’n 25 jaar geleden begonnen met bijenhouden, zijn jeugdige collega Jan van den Belt kwam een jaar of vijf geleden bij de imkervereniging. “Ik leer nog een heleboel”, weet hij. “Ook bepaalde termen, die hoor ik soms ook voor het eerst.”

Als de twee imkers de bijenkasten in het Reevediep openmaken zoemen de bijen al snel om het tweetal heen. De rook uit de pijp van Dries Vinke maakt ze wat rustiger, maar vandaag is het bijenvolk sowieso niet al te wild. “Soms wel als het gaat onweren, dan zijn ze echt agressief”, vertelt Jan. “Maar vandaag gaat het wel. Gestoken? Ach, dat wel maar ik ben eraan gewend. Ik voel tegenwoordig alleen nog een prikje.”

Als kok weet Jan wel hoe de honing te gebruiken is in de keuken. “In sauzen natuurlijk. Een stuk beter dan suiker, en ook lekkerder.” De Reevediep-honing is voorlopig nog niet in de winkel te krijgen, maar wordt door de projectorganisatie Ruimte voor de Rivier IJsseldelta verspreid als relatiegeschenk. Wie weet komt er in de toekomst nog meer van deze honingsoort, want Jan wil er nog wel wat kasten bij plaatsen. “Ook niet teveel, het kost wel tijd allemaal. En met een paar kasten erbij is het terrein wel vol.” Een mooie hobby blijft het dat bijenhouden zo zijn hij en collega Dries Vinke het roerend met elkaar eens. “Het blijft een prachtig spel met de natuur!”