Ontgraving vaargeul Reevediep

Onderdeel van de werkzaamheden is het graven van de vaargeul.

Voorbereidende werkzaamheden
Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt onder andere gekeken naar de voorlopige grondbalans. Om de voorlopige grondbalans te kunnen opmaken wordt de locatie van de vaargeul verdeeld in diverse vakken. In deze vakken worden grondboringen en monsters genomen. Aan de hand van deze boringen worden boorprofielen gemaakt die weer worden gebruikt voor het opstellen van een voorlopige grondbalans. In deze grondbalans is per vak inzichtelijk welke soorten grond vrijkomen. Voor de vrijkomende grond wordt vervolgens een geschikte locatie aangewezen waarbij de verschillende grondsoorten zoveel mogelijk worden hergebruikt binnen het project. Klei wordt bijvoorbeeld hergebruikt voor de afdeklaag op de nieuwe dijken en zand voor de kernen van de nieuwe dijken.

Graafwerkzaamheden vaargeul
De vaargeul is op de meeste locaties droog ontgraven; dit omdat vrijkomende grond dan direct kan worden hergebruikt op andere locaties. Voor het droog houden van de ontgravingslocatie wordt een pomp met bemaling ingezet. Het ontgraven gebeurt met vier graafmachines (type Cat 352), elk met een bakinhoud van circa 4000 liter. Deze graafmachines zijn voorzien van een GPS Systeem. De kraanmachinist ziet op een beeldscherm in de cabine op welke locatie en hoe diep hij volgens het ontwerp moet ontgraven. De verschillende grondsoorten worden vervolgens van elkaar gescheiden, apart opgeladen en door dumpers (ruwterrein kiepauto) vervoerd naar de juiste nieuwe locatie. Hier wordt het vrijkomende materiaal weer verwerkt in bijvoorbeeld een dijk.

Aanbrengen bodembescherming
De vaargeul kruist onder andere viaducten van de Hanzelijn, de provinciale weg N50 en de Nieuwendijkbrug. De ondersteuningen (de zogenaamde landhoofden en pijlers) van deze viaducten staan naast of in de vaargeul. Rondom de fundering van de ondersteuningen wordt de vaargeul iets dieper ontgraven en wordt er een bodembescherming toegepast. Deze bodembescherming is noodzakelijk om de fundering te beschermen tegen hogere stroomsnelheden in het Reevediep, bijvoorbeeld als er hoogwater van de IJssel via het Reevediep wordt afgevoerd. Het aanbrengen van bodembescherming voorkomt dat er materiaal wegspoelt rondom de fundaties van de verschillende steunpunten. De bodembescherming bestaat uit een zwaar worteldoek met daarop steenbestorting (grove steen van 20 tot 60 KG per stuk). De steenbestorting in de vaargeul wordt vervolgens nog volgegoten met beton. Zodra de bodembescherming is aangebracht, wordt er water in de vaargeul gepompt.